Met de terugkeer naar landelijke uniformiteit bereidt de Rechtspraak zich voor op de invoering van het programma Kwaliteit en Innovatie (KEI). Dit heeft zijn weerslag in de termijnen en verdere beperking van mogelijkheden om uitstel te vragen, zo staat te lezen in de considerans. Zo worden voortaan alle termijnen ambtshalve gehandhaafd. Ook vervalt het recht om een proceshandeling te verrichten als die niet verricht is binnen de daarvoor gestelde termijn en er ook geen uitstel voor kan worden verkregen. In bodemzaken geldt een termijn van zes weken; in kort geding vier. Slechts éénmaal wordt ambtshalve uitstel verleend (vier weken in bodemzaken en twee in kort geding). Een eerste eenstemmig verzoek van partijen tot uitstel wordt verleend, tenzij uitstel zou leiden tot onredelijke vertraging. Bij een tweede en volgend eenstemmig verzoek moeten partijen de wens schriftelijk toelichten én motiveren waarom de zaak niet doorgehaald zou moeten worden.

De Rechtspraak streeft met dit nieuwe reglement naar verkorting van de doorlooptijden. ‘Hierbij is geprofiteerd van de ervaringen die zijn opgedaan vanuit de pilots die de afgelopen tijd hebben gedraaid bij de gerechtshoven Amsterdam en ’s-Hertogenbosch,’ vermeldt de considerans. Opvallend genoeg leken de pilots eerder juist te leiden tot achterstanden.

Laatste publicaties en belangrijkste onderwerpen